In de Duitse Bundesliga biedt de titel Herbstmeister een gerede kans op het uiteindelijke kampioenschap. In Zeeland gold datzelfde tot voor kort ook. Maar de laatste jaren is de waarde van een Zeeuwse wintertitel onderhevig aan inflatie. De laatste twee jaren heeft nog niet de helft een wintertitel gepromoveerd tot zomertitel.
Met een wintertitel bedoel ik de club die in de winterstop de ranglijst aanvoert in een klasse. De laatste twee seizoenen stonden slechts vijf van de veertien Zeeuwse winterkampioenen aan het einde van het seizoen ook nog bovenaan (36 procent). Onder die vijf bevonden zich vier zondagclubs en slechts één zaterdagclub (de zaterdagtak van Vosmeer).
In de vier seizoenen daarvoor lukte het telkens bij meer dan de helft van de winterkampioenen om ook de zomertitel binnen te halen. In concreto: achttien van de dertig Zeeuwse winterkampioenen lukte dat. Dat levert een percentage van 60 procent op. Zeer hoog in vergelijking met de 36 procent van de afgelopen twee seizoenen.
|
seiz |
wk |
zk |
winter=zomer |
|
10/11 |
7 |
3 |
RIA W, Vosmeer (zat), Zeeland Sport |
|
09/10 |
7 |
2 |
Axel, Robur |
|
08/09 |
8 |
5 |
De Noormannen, Goes, Koewacht, Vlissingen, RIA W |
|
07/08 |
8 |
4 |
Terneuzense Boys, DFS, SKNWK, Aardenburg |
|
06/07 |
6 |
5 |
Nieuwdorp, Colijnsplaatse Boys, Clinge, Kwadendamme, Jong Ambon |
|
05/06 |
8 |
4 |
SSV’65, Bruse Boys, HVV’24, Zeeland Sport |
wk=winterkampioen, zk=zomerkampioen

Logisch, want vroeger noemde iedereen het de herfsttitel en na hevige inflatie ging iemand het eens wintertitel noemen en bijna iedereen praat dat nu na.